Hoe vertel je over rituelen en gebruiken die zo ver van onze belevingswereld lijken af te staan, dat je niet goed weet waar je moet beginnen…? Nou, gewoon bij het begin. In deze les wordt duidelijk dat rituelen en gebruiken op verre plaatsen verrassend dichtbij kunnen komen. Misschien zelfs onder je eigen bed.

Verborgen bericht

Op de vraag welke kinderen uit groep zes een verhaal willen horen dat een beetje griezelig is, vliegen alle vingers de lucht in. Halverwege het verhaal, waarbij het ritueel van het koppensnellen bij de Asmat uit Papua New Guinea is uitgelegd, gaat een vinger de lucht in. “Meester wanneer wordt het nou griezelig…?”

Kracht van de schilden

Het Wereldmuseum in Rotterdam heeft een grote collectie schilden van de Asmat-gemeenschap uit Papua Nieuw-Guinea. Op deze schilden zijn terugkerende symbolen in wisselende patronen aangebracht. Deze patronen geven kracht aan de drager van het schild en bieden tegelijkertijd bescherming tegen aanvallers. Sommige symbolen representeren de voorouders van de Asmat. Hun geest blijft bestaan als het lichaam er niet meer is en heeft een ondersteunende functie in het dagelijks leven. Naast symbolen van voorouders kennen de Asmat nog twee terugkerende symbolen: die van de bidsprinkhaan en de vliegende hond, twee dieren die een sterke relatie hebben met het ritueel van het koppensnellen. 
 
De Asmat-gemeenschap had de traditie om ten strijde te trekken tegen vijandelijke buren, deze in een bloedige strijd proberen te overwinnen en het hoofd van de overwonnenen mee te nemen als trofee. In het hoofd immers schuilt de ziel van de overwonnene en die kan je maar het beste dicht bij je hebben om hem te controleren. Schilden, spiritueel geladen met krachtige patronen, vervullen de strijders met extra kracht om de strijd met de tegenstanders aan te gaan.

Emoties bezweren

“Wie is er weleens bang (geweest)?”

Er gaan veel vingers de lucht in. Naast verhalen over de monsters onder het bed komen ook de oplossingen om de angst daarvoor te bezweren. Het zijn er veel, ze zijn persoonlijk en heel herkenbaar. Zo herkenbaar dat de stap naar de emoties van de Asmat-krijger en de manier waarop hij daarmee om probeert te gaan heel begrijpelijk is.

Emoties drijven de Asmat-krijger in de strijd. De overtuiging dat je angst kan overwinnen met hulp uit de geesteswereld is ook de rest van de mensheid niet vreemd. Kleine kinderen wapenen zich tegen het monster onder het bed met magische doekjes en knuffels. Grotere kinderen gebruiken de symbolen van beroemde merken om zich te wapenen tegen de keurende blikken van buitenaf. De grootste kinderen slaan een bezwerend kruis of mompelen bezweringen die ze lang geleden in de kerk, moskee of synagoge hebben geleerd. Emoties zitten diep en we leren ze al heel vroeg op natuurlijke wijze te bezweren.

Patronen en Symbolen

Patronen, symbolen en emoties zijn voorbeelden van relevante duurzame thema’s in het onderwijs (we noemen ze bouwstenen). Door deze thema’s te verbinden aan emoties in het verhaal van de Asmat komen ze uit hun isolement en krijgen ze context. Aan de hand van deze context kunnen kinderen de collectie van het Wereldmuseum vanuit een persoonlijk perspectief onderzoeken en eigen maken. 
 
Het beeldmateriaal van de les is zo opgebouwd dat er voor de kinderen ruimte is voor eigen onderzoek en interpretatie.  Als alle begrippen zijn onderzocht en de kinderen experts zijn geworden in het duiden van symbolen en patronen mogen ze die zelf gaan maken. Na de les gaat weer een vinger omhoog. “Meester, wanneer gaan we die schilden zelf bekijken?”

“Meester, op mijn trui zie ik ook een patroon.” En niet alleen daar. Als je eenmaal weet wat het is zie je het overal. Van de batik- patronen op een stof uit Indonesië tot een weefpatroon in de poncho van een Inca. Van de twintigduizend jaar oude stippen op de muur van de grot van Chauvet tot het werk van Jan Schoonhoven, patronen en symbolen wonen in musea en ver daarbuiten.